Foonsearch

BZK is in juli 2017 gestopt met de bouw van het nieuwe centraal ICT-systeem:

Operatie BRP, Architectuur Basisregistratie Personen

De BRP wordt gebaseerd op de bestaande GBA administratie (Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens) met gegevens over personen ingeschreven bij een Nederlandse gemeente.

De registers van de burgerlijke stand ontstaan in Nederland tussen 1796 en 1812 onder invloed van Napoleon. Vanaf 1938 werden, met de komst van het Besluit Bevolkingsboekhouding voor alle personen persoonskaarten aangelegd.

Deze kartonnen kaarten werden in bakken in het gemeentehuis bewaard. In 1994 werd de GBA ingevoerd en werden de kaarten een ‘achtergrond’-bestand.

Zo’n kaart, het is instructief om kort te kijken naar de opbouw van een persoonskaart, staat er boven:

persoonskaart

 
Naast de ingang van Artis, nu café-restaurant De Plantage, toen bevolkingsregister Amsterdam:

Het bevolkingsregister

Vanaf 1851 wordt in Amsterdam de hele bevolking geregistreerd. De gegevens van iedere inwoner van Amsterdam werden bewaard in het bevolkingsregister aan de Plantage Kerklaan 36-38: naam, geboorte-datum, woonplaats, plaats in het gezinsverband, beroep, godsdienst, verhuizingen en overlijdensdatum.

Je denkt even hé die ruimte is voorzien van sprinklers maar aan dat buizensysteem hangt verlichting:

brandschade

Aanslag bevolkingsregister

Als de brand is gedoofd blijkt echter dat de overval, ondanks de goede voorbereiding, slechts gedeeltelijk is geslaagd. De stapels persoonskaarten zijn te compact om goed brand te vatten en de ijzeren archiefkasten hebben de administratie goed beschermd. Slechts 15 procent van de systeemkaarten is volledig verloren gegaan.

Martinus Nijhoff, dichter, had als “explosievendeskundige” meegewerkt aan de voorbereiding:

bewijsstukken

Archief van de Gemeentepolitie, 28 maart 1943

Twee slagsnoeren met slagpijpjes. Enkele stukken trotyl, twee windsels voor leukoplast, een paar handschoenen en flessen, voorheen gevuld met petroleum of benzine, in beslag genomen door de politie in het gebouw van het gemeentelijk Bevolkingsregister, Plantage Kerklaan 36-38, na de brandaanslag in de avond van 27 maart 1943.

Tegenover de ingang van Artis zit het Verzetsmuseum. Uit de eerste “Godwin”-lezing daar:

In de Tweede Wereldoorlog hadden we wél wat te verbergen

Bijvoorbeeld de gegevens die opgeslagen waren in het bevolkingsregister. Dit bevolkingsregister was voor de Duitse bezetter een bijzonder handig opsporingsmiddel: de gegevens van 70.000 Amsterdamse Joden lagen erin opgeslagen. Daarnaast kon de bezetter het register gebruiken als controlemiddel, bijvoorbeeld om te controleren of de informatie op een persoonsbewijs wel klopte.

De ‘meme’, “eenheid van culturele overdracht”, Godwin’s Law of Nazi Analogies:

‘Naarmate online-discussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi’s of Hitler één.’

Uitgegeven bij ooit het familiebedrijf van hiervoor genoemde “explosievendeskundige” Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage het grote, monumentale werk over de geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog:

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN IN DE TWEEDE WERELDOORLOG - 1939-1945 - DEEL 1 t/m 14

Het is vaak “wij” en “ons” maar bijna helemaal alleen geschreven door historicus Loe de Jong:

Ontwikkeling der bevolkingsregisters

Uit Den Haag kwam nog in de nacht van de aanslag Lentz, het hoofd van de rijksinspectie van de bevolkingsregisters, per auto aangereden. In het gebouw dat nog smeulde en vol bluswater stond, trof hij burgemeester Voûte aan die hem verzocht de leiding van de reconstructie van het Amsterdamse bevolkingsregister op zich te nemen.

Citeert (“wij citeren”) de naoorlogse geschiedenis van het Amsterdamse bevolkingsregister:

'Zoals mieren direct na de verstoring van de mierenhoop weer ijverig aan het herstel beginnen, zo deden de ambtenaren van het Bevolkingsregister het met hun administratie. Gewapend met baggerlaarzen visten ze de verdronken kaarten uit het bluswater. Tot de kleinste fragmenten toe werden ‘gered’. Op lange tafels, tussen bakstenen, werd alles te drogen gezet in de Koningszaal van ‘Artis’.

“Dunkt ons”, Lentz zal uiteindelijk ook in handen van dr. L. de Jong vallen:

Hoe moet men nu deze Lentz zien? Men heeft, dunkt ons, bij hem te maken met de dienstklopper in optima forma. Een NSB’er was hij niet, hij was wèl pro-Duits. Belangrijker evenwel dan deze politieke gezindheid achten wij 's mans karakter: een dorre, eigenlijk van de wereld vervreemde, zijn ambtelijke idealen najagende perfectionist die elke hem door wie ook verstrekte opdracht met onbegrensde toewijding wenste uit te voeren.